nieuw blok blog

Een goed verhaal in een verneukte tijd

Door Kees van der Linden

 

Ik, Driss luidt de titel van een opvallend luchtig boek over de lotgevallen van een Marokkaanse gastarbeider in IJmuiden, Driss Tafersiti. Schrijver van het gepolijste verhaal is Asis Aynan, docent-Nederlands aan het Haarlemse Nova-College. ,,De rotverhalen kennen we zo langzamerhand wel. Had ik dan het zoveelste boek moeten schrijven over een meisje dat gedwongen wordt uitgehuwelijkt?''

 

Een boek als een Britse feel good movie, noemt hij het zelf. Asis heeft met zijn co-auteur, de Amsterdamse schrijver Hassan Bahara (Een verhaal uit de stad Damsko, 2006) de rauwe kanten van het migrantenbestaan in de jaren zeventig met opzet weggepoetst. En opeens is de werkelijkheid zo mooi, dat je met een brok in de keel zit als het zaallicht weer aangaat.

Neem de rolprent Billy Elliott (Stephen Daldry, 2000), over een ventje dat opgroeit in een Noord-Engels mijnwerkersmilieu en zijn grootste wens waar maakt: balletdanser worden. Het verhaal is ontroerend doordat je een droom ziet uitkomen, terwijl je donders goed weet dat muzische aspiraties in die omgeving gemakkelijk worden gesmoord.

Gelikte fictie dus die de alledaagse werkelijkheid juist pijnlijk zichtbaar maakt. En met een duidelijk doel. Asis: ,,Het is een tegenhanger van wat nu speelt in de samenleving. Het is een goed verhaal in een verneukte tijd, zeg maar. Ik ben een migrantenzoon, maar mijn vader leek in niets op Driss Tafersiti. Misschien had ik Driss wel als vader gewild, dat zou kunnen. Het is een gedroomde vader die ik op papier heb gezet. Zo vond ik het leuk om hem Nederlands te laten leren en hem gelukkig te laten worden met een Nederlandse meid, dingen die in werkelijkheid nooit gebeurden. En heimwee naar Marokko? Nee, daar heeft Driss ook geen last van.''

 

Succesverhaal

Het succesverhaal van Driss in het kort. De Marokkaanse gastarbeider werkt met zijn oudere broer Moha in een vieze steenkolenmijn bij het Noord-Franse Lille. Maar Moha vindt dat zijn jongere broer schoon werk moet zoeken, anders gaan zijn longen kapot. In maart 1972 zet hij de 21-jarige jongen op de bus naar Nederland, want in dat land zijn de mensen aardiger dan in Frankrijk, heeft hij gehoord. Eenmaal aangekomen in het inderdaad schone Nederland, vindt Driss werk als scholstapelaar in de IJmuidense haven. Een vriendelijke oudere dame leert hem Nederlands, met de beeldschone Jolanda krijgt hij verkering. Als hij zijn leao-opleiding heeft voltooid, stroomt hij door naar het meao, werkt zich op tot conciërge en later zelfs tot mentor. Er wordt getrouwd en er komt een dochtertje. Driss is gelukkig en tevreden, al wacht er aan het eind van het boek een dramatische ontknoping.

 

Velsen

Velsen vormt het decor van het boek. De Hoogovens, de Beverwijkse bazaar, de IJmuidense havens, het strand, Zeewijk en ook Beeckestein komen voorbij. ,,Met opzet hebben we niet gekozen voor Bos en Lommer, Kanaleneiland of de Schilderswijk. Hadden we dat gedaan, dan waren onze lezers bij het lezen van de achterflap al bevooroordeeld geweest. Dan hadden ze meteen een straat voor zich gezien vol Ford Transits en kinderen die tot laat buiten spelen.''

Ik, Driss verscheen deels eerder als feuilleton in NRC Handelsblad. De serie werd zo populair, dat de lezers van de krant het in meerderheid aanwezen als het beste dat de krant in 2009 had afgedrukt. Asis krijgt dan ook vaak de vraag voorgelegd of er nog een vervolg komt. Ja, is het antwoord. Maar verder doet hij er het zwijgen toe, want de ideeën voor deel 2 moeten nog rijpen. ,,Ik kan alleen zeggen dat het gaat over de tweede generatie Marokkanen die hier in Nederland opgroeit.''

 

Analfabeet

Een Arabische vertaling van 'Ik, Driss' staat op stapel. Al is dat niet de manier om het verhaal te brengen bij de mannen waar het over gaat, legt Asis uit. ,,De generatie van mijn ouders is vaak analfabeet. Voor schrijvers met een dubbele achtergrond zoals ik, is dat een persoonlijk drama. Je komt heel ver van je ouders af te staan, omdat je iets doet wat zij niet kunnen, namelijk lezen en schrijven. Natuurlijk wil ik hen heel graag bereiken. Een toneelstuk of een film zou daarvoor een fantastisch middel zijn. Misschien gaat dat nog lukken ook, want er hebben zich al filmproducenten gemeld om de rechten te kopen.''

 

Cowboys

Asis verbaast zich over de ongelooflijke starheid van de eerste generatie migranten. Die verwondering is een van de drijfveren geweest voor het boek. ,,Want het waren juist avonturiers die het aandurfden naar Nederland te gaan. Maar eenmaal hier was het met die durf snel gedaan. Ze verzuurden, ze verhardden. Het waren cowboys, hoor. Maar hier zijn ze van hun paard gestapt.''

De prijs die een migrant betaalt voor zijn verhuizing is hoog, concludeert Asis. ,,Geestelijke stilstand ligt constant op de loer. Hoe verder je van je land afkomt te staan, hoe meer je gaat geloven in je herinneringen. Die herinneringen maak je tot tradities. Terwijl herinneringen toch vaak valse sentimenten zijn. Ik sprak ooit een Marokkaanse dichter, die me zei, dat hij pas in Nederland moslim was geworden. Dat zegt genoeg, toch? Veel migranten zijn in Nederland Marokkaanser geworden dan de Marokkanen zelf.''

,,Driss is iemand die wél zijn kansen grijpt. Dat wilden Hassan en ik beschrijven. Het zou bijna banaal zijn geweest om weer dat verhaal te vertellen van de mislukte migrant die wordt belazerd en uitgebuit. Of een verhaal over een meid die wordt uitgehuwelijkt. Dit vonden we veel spannender. Want Driss is de uitzondering op de regel.''

 

Ik, Ali

En zo is Ik, Driss de tegenhanger geworden van Ik, Ali (1985) van de Duitse onderzoeksjournalist Günther Wallraf, die een tijd vermomd als Turkse gastarbeider in de Duitse industrie werkte. De misstanden die hij tegenkwam en publiceerde, veroorzaakte een hoop ophef.

,,Maar wij wilden juist niet een boek schrijven waarin we een gastarbeider een grote bek laten opzetten. We wilden niet schreeuwen, niet protesteren, maar juist het tegenovergestelde doen. Ons boek is een boek waarbij je je lekker voelt, je krijg een inkijk in die jongens die hiernaar toe kwamen. Want dat waren ze nog, jongens. Ze dronken een biertje na het werk. Vonden de Zangers zonder Naam leuk en werden verliefd op Nederlandse meisjes. Die verhalen kent bijna niemand, we wilden ze optekenen voordat ze verloren zouden gaan. Want inmiddels komt de vierde generatie er al aan. En waar we bang voor zijn, is dat die eerste generatie uitsterft, zonder dat we hun verhalen hebben opgetekend.''

 

Zondaar

,,Mijn eigen vader is vijf jaar geleden overleden. In zijn jonge jaren was hij muzikant, een luitvirtuoos, volledig autodidact. Als kind sloop hij 's nachts het huis uit om op bruiloften fluit te spelen, dat moest stiekem, want mijn opa vond het niet goed. Onder zijn matras lag altijd een fluit verstopt; in het donker oefende hij zijn vingerzettingen zonder te blazen. Op een keer is hij met de fluit op de borst in slaap gevallen. Mijn opa zag dat en heeft de fluit toen op mijn vaders hoofd kapot geslagen. Je bent een zondaar als je je met muziek bezighoudt, vond hij.''

,,Eenmaal in Nederland ging mijn vader helemaal los en maakte hij zich ook piano en viool eigen. Hij werkte als scholstapelaar in IJmuiden en in een hondenbrokkenfabriek. Later opende hij een pension. Maar toen sloeg het noodlot toe. Opeens vond hij dat hij zich radicaal moest overgeven aan God, in fundamentalistische zin. Veel van wat hij om zich heen zag, vond hij zondig.''

Vanwaar die omslag? Asis kan het niet verklaren. ,,Hij leverde zich over aan de angst, denk ik. Mijn moeder begreep dat het onzin was wat hij deed, zij ging er niet in mee. Als ik er zo over nadenk, is het stof voor een volgend boek. Als ik die confrontatie überhaupt aandurf.''

,,Mijn vader is godsdienstig geworden toen ik nog een peuter was. Ik heb hem dus nooit anders gekend. Als ik hem op oude foto's zag, werd ik altijd boos. Ik vond dat ik recht had op die vrolijke, fluitspelende man, van wie ik maar niet kon begrijpen dat die ook mijn vader was. Ik kende alleen maar de vader die zei dat ik vijf keer per dag moest bidden.''

Ook al was Asis op de basisschool de slechtste leerling van de klas met steevast een rijtje drieën op zijn rapport, eenmaal beland op de middelbare school, ging hij als een speer. Na een hbo-studie bestuurskunde volgde hij een universitaire studie filosofie. En nu staat hij zelf voor de klas, op een school waar de helft van de leerlingen afstamt van migranten.

 

Kruistocht

,,Natuurlijk, de sfeer in Nederland is nu vervelend. Maar uiteindelijk is de PVV goed voor Nederland, dat merk ik tijdens mijn lessen. De kruistocht van Geert Wilders dwingt Marokkaanse en Turkse leerlingen tot stellingname. Daardoor zijn ze in het debat mondiger en kritischer dan hun autochtone klasgenoten. Hoe harder Wilders schreeuwt, hoe slimmer zij worden. Van de week ging het over staatsrecht. Een Marokkaans meisje zei het raar te vinden dat Wilders niet in de regering wordt toegelaten. De andere politici hebben gefaald door hem niet binnen te halen, vond ze.''

Uiteindelijk komt het met de Marokkanen in Nederland helemaal goed, voorspelt Asis. De onthechte, door heimwee verbitterde mannen die je in djellaba naar de winkel of de moskee ziet sjokken, maken plaats voor hun nazaten die - net als zij lang geleden - weer deel uitmaken van de voorhoede.

,,De kinderen van de eerste generatie hebben succes, ook aan de andere kant van de medaille trouwens, in de criminaliteit. Maar ze zijn allemaal avonturiers, evenals hun ouders ooit waren, ze hebben hetzelfde bloed. Kijk maar naar al die parlementariërs van Marokkaanse afkomst, en de burgemeester van Rotterdam, de zakenlui, heel veel schrijvers en een cabaretier als Najib Amhali die tot de top behoort.''

 

Schouders

In tegenstelling tot zijn ouders, voelt Asis geen enkele band met Marokko. ,,Het land is zwaar fotogeniek, dat is waar. Maar ik heb er niks mee. Ik kom er ook niet graag. De regering is er verschrikkelijk; het land is corrupt en bekrompen. Als ik in Tanger van de boot ga, heb ik al pijn in mijn schouders, die zitten meteen vast. Ik erger me daar aan alles. Marokko is niet met zichzelf in het reine gekomen, het kabbelt daar maar voort. De beulen die onder koning Hassan II mensen hebben uitgemoord, zitten nu nog op de beste posities. Ik heb dan ook geen Marokkaans paspoort, het is een vies document, er zit bloed aan. Dat zouden meer Marokkanen moeten doen, kiezen voor Nederland. En als ze je vragen, waar kom je vandaan, moet je niet zeggen: Marokko. Want je bent gewoon: Nederlander.''

 

Bron: Haarlems Dagblad, 19 juli 2010

Toegevoegd op: maandag 19 juli
Categorie: .

terug

nieuw blok agenda
nieuw blok blog

Feuilletonroman 'Ik, Driss' verfilmd
vrijdag 3 sep

Een goed verhaal in een verneukte tijd
maandag 19 jul

Driss als....
vrijdag 9 jul

Driss Tafersiti
vrijdag 11 jun